Meer ruimte voor civiele rechter gevraagd om onwaardigheid vast te stellen

  

Pas de wet aan, zodat de civiele rechter in bepaalde situaties onwaardigheid kan vaststellen. Dat adviseert Marije de Vries, die aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op onwaardigheid.
De Vries studeerde af op een erfrechtelijk onderwerp. ‘Maar ik wilde verder met onderzoek. In mijn master kwamen zowel privaat- als strafrecht voorbij, onwaardigheid komt daarin samen. Het spreekt ook wel tot de verbeelding. Het gaat vaak om hele ernstige feiten. Moord en doodslag.’

Redenen voor onwaardigheid

Voor haar onderzoek keek De Vries naar artikel 4:3 Burgerlijk Wetboek. Daarin staan 5 gronden wanneer iemand onwaardig is om een nalatenschap te krijgen. ‘Dat zijn het opzettelijk ombrengen van de erflater, opzettelijk een misdrijf plegen tegen de erflater waar een maximum van minstens 4 jaar gevangenisstraf op staat, het lasterlijk beschuldigen van de erflater, het dwingen of beletten van de erflater om een uiterste wilsbeschikking te maken en het verduisteren, vernietigen of vervalsen van de uiterste wil.’

Bloedige hand

‘De eerste categorie zie je regelmatig terug in de media. De bloedige hand erft niet. De tweede categorie komt ook nog wel voor, maar de andere categorieën vele malen minder. Testamenten worden bij de notaris opgesteld en die waarborgt dat het testament weergeeft wat de erflater wil. Kleine dingen kun je regelen in een codicil. Dat kan soms door familie in de kachel worden gegooid, wat tot onwaardigheid leidt. Al is dat wel moeilijk om te bewijzen.’

Belgisch recht

De Vries keek voor haar onderzoek ook hoe onwaardigheid in België is geregeld. ‘Op onderdelen is het Belgisch recht anders. Daar is gekozen voor een aparte regeling in het wettelijke erfrecht en in het testamentaire erfrecht. Als de dader is overleden, en er dus geen strafprocedure kan volgen, heeft de civiele rechter in bepaalde situaties een rol. Zou het in Nederland niet voor de hand liggen om die ook een rol te geven?’ Zij verwijst daarbij ook naar een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). ‘De Roemeense wet vereiste een veroordeling voor onwaardigheid. Die kon niet volgen, omdat de dader zelfmoord had gepleegd. Maar in deze zaak had de dader zijn daad bekend, de familie en autoriteiten twijfelden er ook niet aan. Het EHRM stelde dat je in die specifieke situatie niet te strikt moet vasthouden aan de eis dat er een strafrechtelijke veroordeling moet zijn.’

Redelijkheid en billijkheid

In Nederland moet de rechter nu nog in bepaalde gevallen terugvallen op redelijkheid en billijkheid om te voorkomen dat iemand erft. De Vries pleit er voor om de civiele rechter een rol te geven bij het vaststellen van onwaardigheid in bepaalde situaties, zodat het teruggrijpen naar de redelijkheid en billijkheid niet meer nodig is.

Beuningse martelmoord

Een bekende zaak in Nederland is de Beuningse martelmoord. ‘Daarbij is de dader strafrechtelijk niet veroordeeld, omdat hij handelde in een psychose. Dus mocht hij van de rechtbank gewoon erven.’ Kamervragen volgden en de minister overwoog de wet aan te passen. ‘Maar het is de vraag of hij dat nog gaat oppakken nu het gerechtshof in hoger beroep heeft geoordeeld dat hij toch niet mag erven. Mijn conclusie is in ieder geval dat het goed is om de wet aan te passen. Ook voor deze gevallen.’
Bron KNB