Een onduidelijk testament

    

Soms komt het voor dat iemand is overleden die een testament heeft gemaakt en dat het testament op bepaalde onderdelen onduidelijk is of dat er iets gebeurd is, nadat het testament is getekend, waarmee geen rekening is gehouden bij het maken van het testament. Bij het maken van een testament is dan van onjuiste feiten uitgegaan. Het testament kan dan natuurlijk niet meer worden veranderd door degene die is overleden.
Om de nalatenschap te kunnen afwikkelen moet het testament dan worden uitgelegd of worden aangevuld. Het lijkt erop dat uitleg van testamenten steeds vaker voorkomt als er naar de rechtspraak wordt gekeken, ook als de bewoordingen van het testament op het eerste gezicht wel duidelijk zijn. Niet alleen met grammaticale onduidelijkheid, maar ook met onduidelijkheid die ontstaat gelet op bijvoorbeeld de relaties met anderen die de testateur had of de omstandigheden waaronder een testament is gemaakt wordt rekening gehouden. 
De wet bepaalt dat bij de uitleg van het testament dient te worden gelet op de verhoudingen die het testament kennelijk wil regelen en de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt. De bedoeling van de overledene is daarbij van belang. Daden of verklaringen van de testateur die niet in het testament zijn opgenomen mogen alleen dan voor de uitlegging van het testament worden gebruikt, als het testament zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft. Niet alleen daden en verklaringen van vóór het opstellen van het testament, maar ook van nadien zijn van belang.

Voorbeeld

Als duidelijk is dat de testateur zich heeft vergist bij de benoeming van een bepaalde persoon of een bepaald goed, wordt het testament naar de bedoeling van testateur uitgevoerd, indien deze bedoeling ondubbelzinnig met behulp van het testament of met andere gegevens kan worden vastgesteld. Er mag dus rekening worden gehouden met een daad of verklaring van de testateur op een omstandigheid die pas ná het maken van het testament is ingetreden. Overigens wordt een enkel niets doen van de testateur zoals het niet herroepen van een testament niet als een daad of verklaring beschouwd.
Als blijkt dat de uitvoering van het testament onmogelijk is, vervalt de niet uit te voeren beschikking en mag daar geen andere beschikking voor in de plaats worden gesteld. De wet maakt hier echter zelf ook soms een uitzondering op. Bijvoorbeeld voor de situatie dat door de testateur een goed uit de huwelijksgoederengemeenschap is gelegateerd, terwijl dat goed bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aan de andere echtgenoot is toebedeeld. De erfgenamen zullen dan in plaats van dat gelegateerde goed de waarde van het gelegateerde goed moeten uitkeren.
Een beschikking in een testament voor degene met wie de testateur op het tijdstip van het maken van het testament gehuwd was of reeds trouwbeloften gewisseld had, vervalt door een daarna ingetreden echtscheiding, tenzij uit het testament het tegendeel is af te leiden. Dit kan in sommige gevallen ook analoog worden toegepast met betrekking tot de familie van de ex-echtgenote of in het geval bij verbreking van samenleving.

Rechtspraak

In een uitspraak van oktober 2013 oordeelde de Hoge Raad dat een andere persoon erfgenaam was, dan degene die in het testament was benoemd. De testateur had haar broer tot enig erfgenaam genoemd, voordat zij trouwde. Daarna trouwde zij. Toen zij overleed stelde haar broer op grond van de tekst van het testament dat hij erfgenaam was, maar daar was haar echtgenoot het niet mee eens. Hij stelde dat hij krachtens uitleg van het testament enig erfgenaam was. Volgens de echtgenoot had erflaatster alleen bedoeld om met het testament haar ouders te onterven en was het niet de bedoeling om haar broer te bevoordelen.  Aan de hand van getuigenbewijs lukt het de echtgenoot te bewijzen dat erflaatster alleen haar broer had benoemd tot erfgenaam, omdat er voor die situatie geen alternatief was. Door het latere huwelijk was er wel een alternatief ontstaan. De Hoge Raad gaat hierin mee: het was de bedoeling van erflaatster om bij een alternatief als een huwelijk, de erfstelling ten gunste van haar broer te doen vervallen. De echtgenoot werd daardoor uiteindelijk erfgenaam in plaats van de broer die als zodanig in het testament was benoemd. 
In een recentere uitspraak van de Hoge Raad van november 2023 werden bij de uitleg niet alleen verwachtingen van de erflater tijdens het opmaken van zijn uiterste wil betrokken, maar ook feiten en omstandigheden van daarna. Het feit dat een erflater in zijn uiterste wil geen rekening heeft gehouden met een bepaalde toekomstige situatie, kan betekenen dat de uiterste wil zo moet worden uitgelegd dat de beschikking niet geldt als die situatie zich voordoet.
In deze zaak had een testateur in 2006 een testament laten opmaken waarin hij zijn toenmalige vrouw benoemde tot erfgename en executeur, onder de voorwaarde dat hun huwelijk nog zou bestaan op zijn sterfdag. En voor het geval de erfstelling van zijn toenmalige echtgenote geen doorgang zou vinden had zijn broer tot erfgenaam benoemd. Na het maken van het testament is testateur gescheiden en hertrouwd met de vrouw die nu weduwe geworden is, en uit hun huwelijk zijn kinderen geboren. De testateur had tijdens zijn huwelijk een concept van een nieuw testament laten maken, maar dat is nooit definitief gemaakt. Het testament uit 2006 was daarom geldend.
De weduwe vond dat de broer geen rechten kon ontlenen aan het testament uit 2006. Volgens haar is het testament alleen bedoeld voor het geval dat haar man ongehuwd en kinderloos zou overlijden. Vervolgens overweegt de Hoge Raad: “doen zich na het opmaken van de uiterste wil feiten en omstandigheden voor waardoor de feitelijke verhoudingen niet langer aansluiten bij hetgeen de erflater kennelijk wenste te regelen, dan kan de uiterste wil zo worden uitgelegd dat de desbetreffende beschikking alleen gold voor de situatie die bestond voordat de bedoelde feiten en omstandigheden zich hadden voorgedaan. Voor een dergelijke uitleg is niet vereist dat de erflater bij het opmaken van de uiterste wil op de bedoelde feiten en omstandigheden is vooruitgelopen.” Omdat testateur in zijn testament geen rekening heeft gehouden met een dergelijke wijziging, moet vervolgens afgevraagd worden of hij ook deze huwelijks- en gezinssituatie kennelijk wilde regelen. De Hoge Raad verwijst de zaak verder terug naar het Hof. 
De notaris zal, mede gezien het vorenstaande, altijd zo veel mogelijk toekomstige situaties samen met u bekijken, bespreken en willen opnemen in uw testament, om te voorkomen dat bij uw overlijden onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van het testament. Wilt u uw testament laten veranderen of een testament maken? Neemt u dan contact met ons op.